“Ronnie Peterson is dood”

“Ronnie Peterson is dood.”

Het nieuws kwam binnen als een donderslag.

Ik was 10 jaar en vervuld van het Formule 1 gebeuren. Met kleine formule 1 wagentjes van  Polistil, Dinky Toys en Matchbox speelde ik de races na. De helden uit die tijd luisterden naar de namen Niki Lauda, James Hunt, Patrick Depailler, Mario Andretti, Emerson Fittipaldi, Ronnie Peterson, … en waren in mijn ogen onsterfelijk … niet dus.

Een banaal ongeluk op de racebaan rukte 1 van hen voortijdig weg uit dit ondermaanse; een impact nalatend bij een 10-jarige die voor het eerst stilstond bij het gegeven van de dood. Ik was er een paar dagen niet goed van.

Dat is mijn vroegste herinnering aan een overlijden met een schokeffect in mijn gevoelsleven.

Op mijn 10de waren al 3 van mijn 4 grootouders overgegaan; maar dat lag in de lijn der verwachtingen; oude mensen sterven nu eenmaal en de omgeving gaat er ook zo mee om. Bovendien was het niet onverwachts.

Van jongs af aan leiden we ons leven naar de maatstaven en geloofssystemen van onze ouders, vrienden, familie, omgeving, cultuur, … . Een soort automatisme gekaderd in slapen, eten, werken, ontspannen, …, slapen, eten, werken, ontspannen, … enzovoort.

Vragen over de dood of wat er gebeurt als je overgaat ,stel je amper wanneer je routinematig het leven leeft dat algemeen verwacht en aanvaard wordt.

Maar dan gebeurt er iets dat niet in het ‘geprogrammeerde’ verloop der omstandigheden past: de plotselinge dood van iemand die een belangrijke plaats inneemt in jouw gevoelswereld en wiens tijd naar de geldende maatstaven nog niet gekomen is: een klasgenootje, een jong familielid, … een beroemdheid.

En je wordt geconfronteerd met de onherroepelijke waarheid dat wanneer je hier op Aarde arriveert er ook een moment komt dat je weer vertrekt. 

Afhankelijk van wie je bent, heeft dit besef een verschillende uitwerking: ofwel ontwaakt de vlam der nieuwsgierigheid en ga je het pad op naar je Essentie, een pad van no return, ofwel omhels je dankbaar de sluier van geheugenverlies die je weer comfortabel onderdompelt in de alledaagsheid van je bestaan.

Wanneer je het eerste kiest, merk je al snel dat mensen in onze westerse samenleving niet graag stilstaan bij de dood. Het is vaak nog steeds een taboe (dat mocht Elisabeth Kübler-Ross als grondlegster van de palliatieve zorg meermaals ondervinden).

Ga je toch -onverdroten- verder op jouw zoektocht dan zijn er een aantal bronnen in deze realiteit die claimen enige (of soms alle) wijsheid hieromtrent te bevatten.

De belangrijkste zijn de gevestigde religies; of om het met de woorden van de godsdienstwetenschap te zeggen:

“Het gegeven van de dood of de menselijke eindigheid speelt een rol in alle uitingen van de cultuur, maar het is de religie die zich bij uitstek heeft bekommerd om de dood. Zij heeft voorstellingen ontwikkeld over het leven na de dood, alsook rituelen die de overgang van dit leven naar het leven na de dood symbolisch vieren en de herinnering aan de dode levendig houden. Sommigen situeren zelfs de oorsprong van alle religies in de confrontatie van de mens met de dood.” – Cornille

Omdat ongeveer 70% van de mensheid zich tot één van de 4 grote wereldgodsdiensten rekent, is het interessant om te kijken wat zij zeggen over het leven na de dood.

Leven na de dood in het Christendom (+/- 2,6 miljard aanhangers)

Een mens bestaat volgens de christelijke traditie uit lichaam en ziel. Bij de dood keert het lichaam terug tot stof, maar de ziel blijft. Deze gaat een speciale fase in, in afwachting van de uiteindelijke opstanding. Dit is wat in spirituele zin “leven na de dood” wordt genoemd.

Op dit punt staat de ziel voor God. Deze persoonlijke ontmoeting wordt het “bijzondere oordeel” genoemd. Het is geen tribunaal op menselijke wijze, maar een ontmoeting van waarheid en licht. Daar ziet elke persoon zijn of haar leven in het licht van de liefde. Het is niet God die veroordeelt: het is de mens zelf die Gods liefde aanvaardt of verwerpt.

De Christelijke leer kent drie mogelijke uitkomsten na de dood:

Zij die sterven in een staat van genade, gezuiverd, in vriendschap met God, gaan de eeuwige vreugde binnen … de ‘hemel’. Dit is de volmaakte gemeenschap met God. Het is geen plaats, maar een staat van volledige eenheid met de oneindige Liefde.

In het traditionele katholicisme is ook sprake van het ‘vagevuur’ of de ‘loutering’ (‘purgatorium’). Hiermee wordt een tussentoestand aangeduid waar zondaars na hun dood tijdelijk verblijven om te boeten voor hun zonden (enkel heiligen gaan rechtstreeks naar de hemel). Op die manier kunnen ze gelouterd de hemelse gemeenschap binnen treden.

De ‘hel’ bestaat wanneer mensen zich afsluiten van anderen, wanneer ze kiezen voor zichzelf in plaats van voor de liefde en gerechtigheid die het Rijk Gods belooft. De pijn die in de voorstellingen van de hel wordt opgeroepen, drukt iets uit van de schrijnende zinloosheid en vertwijfeling waarin mensen terecht kunnen komen als ze zich van de liefde afsluiten.

De ‘hel’ heeft dus alles te maken met de vrijheid van de mens om tegen God, tegen de Liefde, in te gaan. Het is dus de totale en definitieve afwijzing van Gods liefde.

Leven na de dood in de Islam (+/- 2 miljard aanhangers)

Volgens het islamitische geloof verlaat de ziel het lichaam op het moment van sterven. De ziel wordt door een engel van de dood begeleid naar het barzakh. Het barzakh is een soort tussentoestand waarin de ziel zich bevindt tussen het leven in het lichaam en het louter geestelijke bestaan. De ziel kan echter niet meer terug: elke ziel heeft maar één leven en contact tussen de zielen van overledenen en levende nabestaanden is onmogelijk. Tijdens die tussenfase wordt de ziel begeleid door de zeven hemelse sferen door de engel Djibriël (Gabriël in het Christendom). Aan het eind kan de ziel God aanschouwen.

Na de godsaanschouwing onderwerpen twee engelen de ziel aan het zogenaamde ‘kleine verhoor’. Hierin wordt de ziel ondervraagd over het ware geloof: er wordt gevraagd wie God is, wie de profeet is, welke religie men aanhangt en wat de gebedsrichting is. “Als de ziel fout antwoordt, moet ze in een tussenfase -tussen dood en wederopstanding- blijven waar de ziel reeds de hitte van het hellevuur kan voelen. Als ze de juiste antwoorden geeft, krijgt de ziel een verzekerde plaats in afwachting van de wederopstanding.

Het einde der tijden wordt aangekondigd door bazuingeschal, waarna de hele wereld zal vergaan. De doden zullen opstaan en onderworpen worden aan het laatste oordeel. Gods troon wordt opgesteld op een vlakte waar alle opgestane zielen wachten. Het oordeel gebeurt door uit een boek bladzijden met goede daden uit iemands leven op een weegschaal af te wegen aan bladzijden met slechte daden. Wie een gelovig leven heeft geleid komt terecht in het paradijs; de zondaars storten in de hel. Bij de hel staat het beeld van het vuur centraal. De hemel wordt omschreven als paradijs, een tuin vol rust en zintuiglijk genot.

Leven na de dood in het Hindoeïsme (+/- 1,2 miljard aanhangers) en Boeddhisme (+/- 0,5 miljard aanhangers)

Zowel het hindoeïsme als het boeddhisme hebben een cyclisch wereldbeeld. Het bestaan is een kringloop van leven, sterven en weer geboren worden. Deze kringloop wordt samsara genoemd. De oorzaak van deze kringloop wordt gesitueerd in karma, de wet van oorzaak en gevolg. Dit betekent dat wie goed doet, ook het goede overkomt en dat wie slecht doet, het slechte overkomt. Zo kunnen ziekte en lijden veroorzaakt worden door slecht karma. Maar ook de wedergeboorte wordt bepaald door het karma. Een goed karma leidt tot een wedergeboorte in een hogere levensvorm (hogere kasten, goden); een slecht karma leidt tot een wedergeboorte in een lagere levensvorm (planten, dieren, lagere kasten). Goed handelen in dit leven heeft dus een gunstige invloed op de wedergeboorte, al blijft ook het karma uit de vorige levens van invloed.

De uiteindelijke oorzaak van zowel goede als slechte handelingen is de begeerte. Nog dieper dan het verlangen ligt de oorzaak van karma en samsara echter in de onwetendheid, het gebrek aan inzicht in de diepste werkelijkheid.

Deze kringloop van wedergeboortes wordt negatief geëvalueerd. Wedergeboorte is immers een teken dat men de begeerte nog niet heeft kunnen loslaten en daarna nog steeds een leven vol lijden zal ondergaan. De dood betekent niet automatisch verlossing. Wedergeboorte wordt dus niet gezien als een vreugdevolle gebeurtenis die zich bij voorkeur tot in de eeuwigheid zou blijven herhalen. Mensen trachten best uit de cyclus van dood en wedergeboorte te ontsnappen. Verlossing komt er enkel door te ontsnappen aan de kringloop van sterven en wedergeboorte. Deze verlossing noemt men moksha (hindoeïsme) of nirvana (boeddhisme).

 

Toen ik me in de verschillende religies verdiepte, voelde de uitkomst over het leven na de dood niet goed aan. De mens was op één of andere manier steeds lijdend voorwerp en onderworpen aan de regels van ‘goed’ en ‘kwaad’ al dan niet gepropageerd door een god-entiteit onder het mom van liefde.

Bovendien waren de bronnen veelal geschreven teksten waarvan de auteurs niet altijd gekend waren.

Daarom besloot ik het over een andere boeg te gooien. Al gauw openden zich andere kanalen die aanmoedigden om het pad van de eigen ervaring op te gaan … .

Het pad van ervaring

Dat bracht me o.a. bij het Monroe Instituut. Maar dat -om het met de woorden van Rudyard Kipling te zeggen- is een ander verhaal. Wordt nog vervolgd … 😊.

Wil je ondertussen zelf dieper ingaan op het leven na de dood of de essentie van wie je ten diepste bent, dan zijn onze Leven na de Dood workshop of de HartZielEssentie workshop wellicht iets voor jou.