De geschiedenis van remote viewing

Remote viewing is tegenwoordig voor veel mensen een fascinerende methode om intuïtieve waarneming en bewustzijn te verkennen. Wat minder bekend is, is dat de ontwikkeling van remote viewing een lange geschiedenis kent die teruggaat tot de eerste onderzoeken naar buitenzintuiglijke waarneming in de vorige eeuw.

Door de jaren heen hebben verschillende onderzoekers en ervaren remote viewers bijgedragen aan de ontwikkeling van een gestructureerde methode waarmee mensen informatie kunnen waarnemen.

In dit artikel nemen we je mee langs de belangrijkste momenten in de geschiedenis van remote viewing en ontdek je hoe deze bijzondere methode zich heeft ontwikkeld tot wat we vandaag kennen.

De definitie van remote viewing

Voordat we in de geschiedenis duiken, is het goed om eerst kort stil te staan bij wat remote viewing eigenlijk is.

Remote Viewing is het vermogen om afgelegen locaties en gebeurtenissen nauwkeurig te beschrijven via verschillende kanalen van waarneming, ongeacht de afstand en ongeacht de tijd.

Tijdens een remote viewing-sessie ontvangt de deelnemer meestal alleen een code of targetnummer. Vervolgens noteert hij of zij alle indrukken die naar boven komen, zoals vormen, kleuren, structuren, temperaturen, geluiden en bewegingen. Tijdens de sessie maak je ook schetsen. Na afloop vergelijk je deze waarnemingen met het daadwerkelijke target.

Persoon die tijdens een remote viewing-sessie waarnemingen schetst op papier

Wat remote viewing onderscheidt van veel andere intuïtieve technieken, is dat er gebruik wordt gemaakt van een gestructureerd protocol. Hierdoor leren deelnemers stap voor stap informatie waar te nemen zonder direct te analyseren of te interpreteren wat zij ontvangen.

Met die definitie in gedachten begrijp je ook beter waarom onderzoekers, pioniers en later zelfs overheidsinstanties interesse kregen in deze bijzondere vorm van waarneming.

Lees ook het artikel: Wat is remote viewing?

Het ontstaan van remote viewing

De eerste stappen voor remote viewing werden genomen door vooraanstaande wetenschappers en onderzoekers zoals de botanicus J.B. Rhine, verbonden aan Duke University, de schrijver Upton Sinclair en de Franse chemicus René Warcollier.

Hoewel de methoden en inzichten van toen sterk verschilden van de moderne remote viewing-protocollen, ontstond in deze periode de basis voor een nieuwe manier van kijken naar bewustzijn en informatie.

In de late jaren ’60 en begin jaren ’70, voerden onderzoekers van de American Society for Psychical Research verschillende out-of-body en remote viewing experimenten uit. Eén van de deelnemers was Ingo Swann. Swann was een zeer begaafd remote viewer en op zijn aanwijzingen werden de standaard onderzoeksprotocollen verfijnd; wat leidde tot significant betere resultaten in de verschillende experimenten.

Swann ontdekte dat mensen betere resultaten behaalden wanneer ze volgens een vaste structuur werkten. In plaats van direct te proberen een locatie of object te benoemen, richtte hij zich eerst op eenvoudige indrukken zoals: kleuren, vormen, structuren, temperaturen, bewegingen en gevoelens.

Historische werkkamer die de beginperiode van remote viewing symboliseert

Het Stanford Research Institute

Een belangrijke doorbraak kwam in 1972, toen Ingo Swann met Dr. Hal Puthoff – fysicus aan het Stanford Research Institute (SRI), een spin off van de Stanford University – ging samenwerken.

Samen startten zij een reeks experimenten om de mogelijkheden van waarneming op afstand verder te onderzoeken.

De successen die hieruit voortvloeiden trokken al gauw de aandacht van de CIA. Met hun financiering trok het team de fysicus Russell Targ aan. Samen vormden zij de kern van het onderzoeksteam bij het SRI en legden zij in de daaropvolgende twintig jaar de basis voor wat nu bekendstaat als remote viewing.

Het militaire programma

De resultaten van het onderzoek trokken uiteindelijk de aandacht van verschillende Amerikaanse overheidsinstanties.

Militair die symbool staat voor de toepassing van remote viewing binnen onderzoeksprogramma's

In 1978 richtte de militaire inlichtingendienst van het Amerikaanse leger een unit op om remote viewing in te zetten voor het verzamelen van inlichtingen bij operaties tegen mogelijk vijandige naties. Dit geheime project was bekend onder de namen Grillflame, Centerlane, Starburst en tenslotte STARGATE.

Gedurende de looptijd van het programma werkten verschillende remote viewers aan uiteenlopende opdrachten. Sommige sessies werden later bekend doordat de beschrijvingen opvallende overeenkomsten vertoonden met het uiteindelijke target. Namen als Ingo Swann, Pat Price en Joe McMoneagle werden hierdoor nauw verbonden met de geschiedenis van remote viewing.

Lees ook het artikel: Hoe werkt remote viewing?

Waarom het programma stopte

Na jarenlang onderzoek besloot de Amerikaanse overheid het programma in de jaren negentig af te bouwen en uiteindelijk te beëindigen.

Daarvoor waren er verschillende redenen. Een belangrijke factor was dat overheidsinstanties steeds meer behoefte kregen aan technieken die snel, consistent en direct operationeel inzetbaar waren. Hoewel remote viewing volgens betrokkenen regelmatig interessante resultaten opleverde, was het proces sterk afhankelijk van de individuele remote viewer, de omstandigheden en de aard van het target.

Daarnaast veranderde de wereld snel. Nieuwe satelliettechnologieën, geavanceerde communicatiesystemen en digitale informatiebronnen maakten het mogelijk om steeds meer gegevens via andere middelen te verzamelen.

Remote viewing vandaag de dag

Voor veel betrokken remote viewers betekende het einde van het programma echter niet het einde van remote viewing zelf. Integendeel: nadat de officiële onderzoeksprogramma’s waren beëindigd, begonnen veel voormalige deelnemers les te geven, boeken te schrijven en trainingen te ontwikkelen. Hierdoor verspreidde de kennis zich verder naar het grote publiek.

Instructeur die uitleg geeft over remote viewing aan een groep deelnemers

Remote viewing kent vandaag de dag een waaier aan toepassingen. Naast overheden en politiediensten zetten ook bedrijven remote viewing in. Zo gebruiken beleggingsmaatschappijen het om aandelenkoersen te voorspellen en zetten mijnbouwbedrijven het in om geschikte locaties voor ontginning te bepalen.

Conclusie

De geschiedenis van remote viewing is het verhaal van onderzoekers, pioniers en beoefenaars die de grenzen van menselijke waarneming wilden verkennen. Dankzij mensen als Ingo Swann, Hal Puthoff, Russell Targ, Pat Price en Joe McMoneagle groeide remote viewing uit tot een gestructureerde methode die vandaag de dag wereldwijd wordt beoefend.

Ben je benieuwd hoe remote viewing er in de praktijk uitziet? Vraag dan hier onze gratis exclusieve documentaire aan van ruim 30 minuten over Paul Elder, trainer en collega van Rolf aan het Monroe Institute en een ervaren remote viewer.. In deze inspirerende documentaire deelt hij zijn ervaringen, inzichten en visie op remote viewing en bewustzijn.

Wil je remote viewing niet alleen begrijpen, maar ook zelf ervaren? Doe dan mee aan onze Remote Viewing Workshop. Je maakt kennis met de technieken die ervaren remote viewers wereldwijd toepassen, oefent met echte targets en ontdekt zelf wat mogelijk is wanneer je deze bijzondere vaardigheid ontwikkelt. Je kunt je hier inschrijven.

Deel dit bericht via:

Inhoudsopgave

Onze social media kanalen:
Lees ook:

Gerelateerde artikelen: